Trainen van je ziel
Geloof

Trainen van je ziel

Deze week was ik voor het eerst van mijn leven in Athene. Sowieso een prachtige stad. Maar wat het voor mij echt bijzonder maakte, was de aanleiding. We kwamen met ongeveer zeventig mensen bij elkaar vanuit 25 Europese steden, van Oxford tot Minsk en van Aarhus tot Bologna. Allemaal geloven we dat wanneer de kerk zich vernieuwt, zij voor veel mensen van betekenis kan zijn. En daarover spraken we aan de voet van de Akropolis, de heuvel met bovenop het beroemde Parthenon. Vanaf de rooftop van ons hotel én vanaf het dakterras van de kerk waar we bij elkaar kwamen hadden we een verbijsterend mooi uitzicht. Vlak naast de Akropolis ligt de Areopagus, de ‘heuvel van Mars’. Het zijn plaatsen waar bussen onophoudelijk toeristen droppen.

Ik had nauwelijks tijd om me op Athene voor te bereiden. Deze keer niet het gebruikelijke toeristengidsje. Ik moest toch werken en ik zou wel zien. Wel deed ik iets anders. In het vliegtuig las ik een passage uit Handelingen. Dat nieuwtestamentische bijbelboek is grotendeels een verslag van de reizen die de apostel Paulus maakte. Het tweede deel van hoofdstuk 17 heet in veel bijbel-edities ‘Paulus in Athene’. Dat bezoek wordt gedateerd in 50 of 51 na Christus. Athene was op dat moment al een beetje weggezakt uit de lijst met belangrijkste steden ter wereld. Rome had de koppositie gepakt. Maar natuurlijk wist iedereen van het glorieuze Atheense verleden. Ook Paulus besefte heel goed dat hij op de plek was waar in de eeuwen voor hem Socrates, Plato, Aristoteles en vele anderen hadden rondgelopen. Die traditie voel je ook nu nog. Athene neemt een toppositie in in de canon van ‘belangrijkste steden aller tijden’.

In het huidige Athene is de Grieks-Orthodoxe kerk zichtbaar aanwezig in gebouwen en priesters in traditionele outfit. Ook toen Paulus er rondliep was de stad behalve een schatkamer aan wijsheid ook een bron van religie. Alle Griekse en Romeinse steden hadden hun tempels en goden maar de Atheners stonden er om bekend dat ze er wel érg ver in gingen. Er zijn teksten uit die tijd bewaard gebleven dat er altaren in de stad stonden die ‘aan onbekende goden’ waren gewijd. In taal van nu: een lege plank in een bibliotheek voor ‘de dingen die we nog niet weten’ of een leeg schap in een warenhuis: ‘de dingen waarvan we nog niet weten dat we ze willen hebben’. Een knipoog en een wijsheid tegelijk. ‘Aan de god die we nog niet kennen’. Je zou wensen dat iedereen die in een religieus kader leeft, af en toe óók bedenkt: misschien is er nog wel veel meer dan ik denk. De grote middeleeuwse theologen leerden dat God behalve kenbaar ook altijd (veel) groter is dan je je kunt voorstellen. Maar er is ook een schaduwzijde. In Athene leefde de angst die in alle tijden met religie verbonden is: dat je het verkeerd doet, dat het niet goed genoeg is. Als je de goden niet genoeg vereert, of als je er ééntje zou missen omdat je hem niet kent, kan je stad zomaar getroffen worden door het noodlot.

Paulus raakte ‘hevig verontwaardigd’ van al die religiositeit. Dat klinkt voor Amsterdamse oren onverdraagzaam, irritant en fundamentalistisch. In tweede instantie is het echter goed na te voelen, vind ik. Als streng monotheïstische jood (één God en één tempel) zal de veelheid aan beelden en tempels hem pijn aan zijn ogen hebben gedaan. Als intellectueel zal hij zich er wild aan geërgerd hebben dat de wijsheid van de filosofen en de religieuze praktijk zo onverbonden waren of zelfs haaks op elkaar staan. Van alle grote Griekse filosofen is er geen enkele tekst bewaard die serieus uitlegt dat er écht een berg Olympus met een veelheid aan goden zou bestaan. Filosofen dachten over het algemeen óf dat er geen godheid is (het zijn gewoon atomen, punt), óf dat er een goddelijke kracht in of achter de werkelijkheid zit die zeker niet met de serie god-menselijke wezens uit de mythes te maken heeft. Dát leerden zij hun leerlingen. Toch bleven de goden dominant. Met alle offers. En alle gedoe. En alle mannetjes die er carrière mee maken. En alle bondjes met de machthebbers. Ongeloof is gevaarlijk: dan gaan mensen zelf nadenken. Mensen die in goden geloven, kun je op allerlei manieren bespelen voor politiek en economisch gewin.

Wat mij altijd in Paulus aanspreekt, is zijn challenge om je eigen geloof of levensbeschouwing serieuzer te nemen dan je al deed. Dat deed hij ook in Athene. In Handelingen 17 kun je lezen dat hij de joden van Athene aanspreekt om niet in hun synagoge weg te kruipen maar zich veel meer te verhouden tot de rest van de stad (‘de God die jullie aanbidden is immers Schepper van hemel en aarde’). De epicureïsche en stoïsche filosofen daagt hij uit om consequenter te denken en te spreken en een beeldenstorm te ontketenen in plaats van te doen alsof je neus bloedt. Op het marktplein riep hij gewone Atheners op om religieuzer te worden: vertrouwen is een hogere vorm van geloof dan vrees. Zo ging dat maar door. In ieder geval heeft het geknetterd, zoals het eigenlijk altijd ging als Paulus ergens op bezoek kwam.

Ik vroeg me daar in Athene af hoe Paulus dat in het hedendaagse Amsterdam zou hebben aangepakt. Ik denk ongeveer op dezelfde manier. In kerken zou hij mensen opjutten om hun geloof veel meer met de thema’s en de mensen van de stad te verbinden. De culturele elite zou hij scherp aanspreken op hun vele inconsequenties. Aan gewone Amsterdammers zou hij voortdurend vragen hoe je in de meest liberale stad van de wereld kunt wonen om tegelijk in veel opzichten heel onvrij te zijn. Al was het maar door je agendadruk of je smartphone-verslaving. Ik zie het hem in mijn verbeelding doen en denk dat de Amsterdammers zich dood zouden ergeren aan deze drammerige, grappige en o zo slimme man. Zoals fysieke trainers hun sportklanten altijd net wat meer afmatten dan ze eigen willen, zo zou hij een ‘trainer van de ziel’ zijn. Hij zou stretchen, pijn doen, kraken.

Hoe kunnen Amsterdammers in de
meest liberale stad van
de wereld wonen en
tegelijkertijd in veel opzichten
heel onvrij zijn?

In ieder geval wekte Paulus in Athene grote irritatie. ‘Praatjesmaker’ wordt hij genoemd en dat is waarschijnlijk nog een beleefde frase. Op een dag wordt Paulus meegenomen naar de Areopagus. Ik heb altijd gedacht/er is me vaak verteld dat dit een soort filosofische debatclub was. Nieuwtestamenticus N.T. Wright heeft een paar goede argumenten om te zeggen: in feite was het een soort start van een juridisch onderzoek, een voorgeleiding. Ook Socrates werd ooit verhoord en zelfs ter dood veroordeeld omdat hij de jeugd het hoofd op hol bracht met ‘nieuwe ideeën over goden’. Zo wordt ook Paulus uitgedaagd om zich te verantwoorden. Op geniale wijze vat de apostel daar op de Areopagus samen wat hij op straat al dagenlang deed: hij neemt de Atheners serieus in hun religieuze verlangen, hij betoogt dat één goddelijke oorsprong logischer is dan een Olympus vol goden, wat ook een grootheid als Plato al gezegd had. Hij sluit af met een klassieke bekeringsoproep. Religie is geen privézaak voor liefhebbers. De zinvraag is het meest cruciale dat er is. We worden op een dag allemaal beoordeeld of we het geheim van de werkelijkheid op het spoor gekomen zijn. Minstens voor een beetje.

Dit had een heel diepgaand gesprek kunnen opleveren. Maar Paulus vergeet op het goede moment te stoppen. Hij sluit af met iets waarmee hij schijnbaar in zijn eigen voet schiet. Een anti-climax. Na zijn krachtige redenering sluit hij af dat niet zozeer God zelf het laatste oordeel zal voltrekken, maar dat Hij dit heeft uitbesteed aan een mens “die hij voor dat doel heeft aangewezen door hem op te wekken uit de dood.” Wat?? Ongetwijfeld heeft hij nog iets meer gezegd over wie Jezus volgens hem was. Maar het is al te laat. Op de Areopagus werkt dat niet. Prompt haakt zijn publiek af. Mensen gaan óf lachen óf ze zeggen: voor vandaag wel even genoeg. Tot een juridisch oordeel komt het niet. Zo’n ridicuul geloof dat de transcendente eeuwige God de handen, de voeten, de ogen en de stem heeft van een joodse man uit Nazaret zal weinig aanhang vinden, dacht men vermoedelijk. Eigenlijk een wonder dat er überhaupt één van de mensen op de Areopagus (Dionysius heet hij) de boodschap van Paulus geloofwaardig vindt.

Kijk, en daar liep ik dus over na te denken, ook tijdens de terugvlucht boven de Adriatische Zee en de Alpen. Amsterdam en zeker ik zelf kan wel een flinke scheut Paulus gebruiken. Wij zijn met zoveel mensen die ‘ergens’ in geloven, zonder daar al te veel consequenties aan te verbinden. Paulus daagt jou en mij uit, wat onze levensbeschouwing ook is, om die veel serieuzer te nemen dan we in een tijd van relativisme gewend zijn te doen. Hij zou ons bijvoorbeeld op de hak nemen dat als we dan tóch relativeren, we ook niet allerlei bijzaken van het leven zo vreselijk serieus moeten nemen. Hij zou onvermoeibaar vertellen dat het geheim achter de werkelijkheid is dat we zonder uitzondering in God leven en bewegen (let er op dat dit geen dogmatische formulering maar een diep spiritueel besef van God is). Hij zou met tal van voorbeelden aantonen dat velen van ons dat ergens wel een beetje voelen of hopen, maar om één of andere reden daar niet te ver in willen gaan. En tenslotte zou hij doen wat de grote christelijke theologen ook in onze tijd vaak intrigerend doen: de opstanding van Jezus als startpunt van alles nemen. Zoals de voeten van Paulus echt ooit de Atheense straten hebben aangeraakt, zo heeft de eeuwige God in Jezus vlees en bloed aangenomen. Het christendom zet z’n kaarten erop dat je dit op een dag wel móet erkennen. En dat het leven aan focus, diepte en hoop wint door niet op ‘ooit’ te wachten. Christelijk geloof is iets voor hier en nu.

Wij zijn met zoveel mensen die ‘ergens’
in geloven, zonder daar al te
veel consequenties aan te verbinden.

Ja, hij hád me, die ouwe Paulus. Ik voelde me dus niet zozeer een kopie van hem (zoals sommige anderen in die groep dat wel konden). Ik hoor bij de Areopagus. Hij sprak tegen mij. Dat deed iets met me. Met mijn verstand, hart en gevoel. Het zal ook de sfeer zijn en de magie van de plek en de mensen. Maar Paulus maakte ook gewoon zijn punt. Ik moet er een beetje van bijkomen. Net als trouwens ooit de oorspronkelijke Areopagus. Want, zegt N.T. Wright, als het ‘vonnis’ luidt: “we willen u hierover graag nog een keer horen”, dan is dat geen juridische uitspraak meer. Dat zeggen mensen die in hun intellect en in hun gevoelens een beetje van hun stuk zijn gebracht. Die daar eerst even van moeten bij komen. Ik zie er soms ook iets van bij Amsterdammers. In Athene kwam het er niet meer van. Paulus vertrok, naar Korinte. Evengoed ontstond er in Athene al vrij snel een kerk. Die, net als het filiaal in Amsterdam, voor de grote opgave staat om zichzelf voor de zoveelste keer opnieuw uit te vinden. Ik weet niet of dat gaat lukken. Ik weet wel dat ik het hoop. Verbeeld ik het me, of zie ik Paulus daar ergens achterin goedkeurend knikken?

Geloof
Gerelateerde artikelen
Doe ’s aardig
Geloof
Doe ’s aardig

‘De kerk maakt mensen aardiger.’ Een stelling uit een onverwachte hoek. Burgemeester Femke Halsema werd onlangs geïnterviewd in een evangelische kerk in Amsterdam. Ze vertelde daar dat ze niet gelovig is,

lees meer
Zien en gezien worden
Geloof
Zien en gezien worden

David Brooks is één van ‘s werelds invloedrijkste journalisten. Al twintig jaar schrijft Brooks elke week een column in de New York Times. Het is bekend dat die column wordt gelezen van de Oval Office tot in Mar-a-Lago.

lees meer
Hunkeren naar Hoop
Geloof
Hunkeren naar Hoop

In het jaar 1926 wordt in de havenstad Hamburg een jongetje geboren, Jürgen. Zijn ouders behoren tot de gegoede burgerij. Kunst en muziek zijn onderdeel van de familie, religie niet. Als Jürgen zestien jaar is, wordt Hamburg tijdens de geallieerde ‘operatie Gomorra’ letterlijk in de as gelegd.

lees meer