Lonely planet, lonely people
Geloof

Lonely planet, lonely people

Ik herinner me hoe ik als student helemaal alleen aankwam in Berlijn. Ik zou een jaar gaan wonen in een stad van vier miljoen mensen. Niemand kent je. Niemand zit op je te wachten. In een kennismakingsgesprek met de professor bij wie ik ging studeren zei hij: “Berlijn is een geweldige stad. Sie kann aber auch sehr einsam sein. Maar ze kan ook heel eenzaam zijn.” Een stad kan je eenzaam máken, bedoelde hij. Heel veel mensen om je heen en toch geen connectie. Hij had gelijk. Ik heb in dat jaar, vooral in de donkere wintermaanden, geleerd hoe eenzaamheid voelt. Maar ook hoe er allerlei plekken zijn waar je naartoe kunt. Kerken of culturele podia bijvoorbeeld. En ik kwam steeds weer mensen tegen die me echt zagen. Zo werd die grote eenzame stad voor mij ook een vorm van thuiskomen.
Onlangs werd in Nederland voor de zestiende keer de Week van de Eenzaamheid georganiseerd. Naar eenzaamheid wordt veel onderzoek gedaan, onder andere door het RIVM, het Verwey Jonker Instituut en de Hogeschool van Amsterdam. In dergelijke onderzoeken tref je vaak opvallend hoge percentages aan. Het lijkt wel alsof zo’n beetje iedereen zich eenzaam voelt. Dat is niet gek. Zelf heb ik een druk leven. Maar als iemand mij de vraag voorlegt ‘voelt u zich wel eens een beetje eenzaam’ zou ik met ja antwoorden. Dat is niet erg. Ik moet denken aan het pleidooi van psychiater Dirk De Wachter, die zegt dat het volkomen normaal is dat je als mens soms een beetje ongelukkig bent. Dus ook af en toe een beetje eenzaam. Maar als het meer is dan af en toe, meer dan een beetje? Dan zijn de percentages nog steeds hoog. In een klein land met heel veel mensen zijn velen van ons erg eenzaam. Op de website van de gemeente Amsterdam staat dat 18% van de inwoners zich vaak eenzaam voelt. Dat zijn 168.300 mensen. Die zitten niet allemaal in een AZC of werken aan boord van een schip. Dit zijn bijna allemaal mensen die lijken op jou en mij. Het zou zomaar kunnen dat je zegt: ik hoor daar ook bij.

In een in februari 2025 gehouden lezing in Boston spreekt de Britse theoloog Graham Ward zich uit over het thema eenzaamheid. Ward is één van de belangrijke theologen van dit moment die sterk multidisciplinair denkt. Hij zegt dat eenzaamheid in de Westerse wereld een pandemie geworden is, een zeer besmettelijke vorm ook nog eens. In het fenomeen eenzaamheid komen allerlei factoren bij elkaar. Sociale factoren, die gaan over het uiteenvallen van de traditionele familiestructuur en de verandering in ‘ergens bij willen horen’. Filosofische factoren, bijvoorbeeld existentialisme en hyperindividualisme. Gezondheidsfactoren: er zijn talloos veel onderzoeken die aangeven dat eenzaamheid nadelige effecten heeft op je geestelijk maar ook lichamelijk welbevinden. Volgens Ward heeft het moderne gevoel van eenzaamheid ook in belangrijke mate met een seculiere tijd te maken. In een religieus kader hoorde je eigenlijk altijd wel ergens bij. Een seculiere tijd is anders, leger, onthechter. Eenzamer dus.

Het zou zomaar kunnen dat je zegt:
ik hoor daar ook bij.

Het raakt me als Ward zegt hoe vaak eenzame mensen last hebben van gevoelens van schuld en schaamte. Alsof je iets verkeerd doet. Als pastor weet ik maar al te goed hoe dit werkt. We staan op de drempel van de decembermaand. Dat betekent ook dat de kerst-commercials er weer aankomen, van supermarkten en frisdrankfabrikanten. Er staat altijd een tafel. Het is altijd warm. Mensen vinden elkaar altijd. De commercials wekken onbedoeld de indruk dat er iets mis is als jij niet zo’n tafel hebt. Dat het je eigen schuld is. Dat het letterlijk zonde is. Had je maar niet die relatie moeten verbreken of beter contact houden met je ouders, etcetera. Juist deze week was er ophef over een sint-reclame van bol.com. Het gaat over een meisje met gescheiden ouders. Op pakjesavond is iedereen toch weer bij elkaar. Een kwetsbare en vaak onhaalbare fantasie, zegt een deskundige in de Volkskrant, en daarom pijnlijk voor veel kinderen – en ouders. Het zal niet de bedoeling zijn van bol.com, maar het is wel een opvallend voorbeeld van gebrek aan empathie. Maar dat geldt voor vrijwel alle december-commercials. Het gaat in kerstreclames nooit over Filipijnse zeelieden, sekswerkers of mensen in een hospice. En ook niet over die 168.300 Amsterdammers waarvan de meesten niet uitziet naar iets als ‘prettige feestdagen’.

Daartegenover houdt Ward een ander pleidooi: eenzaamheid is geen fout. Het zou al veel helpen als we eerlijker zijn dat het ieder mens moeite kost om zich met enig zelfvertrouwen staande te houden in alles wat er van je wordt verwacht. En als we zouden leven in het besef dat ook het leven van de meest sociaal vaardige mensen door tal van oorzaken zomaar op z’n grondvesten kan schudden. Ward voegt er nog aan toe dat de meest eenzame mensen die hij kent vaak in een relatie leven of onderdeel zijn van een gezin. Eenzaamheid is geen kwestie van oppervlakkig kijken of tellen.

De ene vorm van eenzaamheid is de andere niet. Ward laat zien hoe in de christelijke spiritualiteit (en niet alleen daar) er altijd onderscheid gemaakt is tussen ‘loneliness’ en ‘solitude’. De eerste overkomt je, kan je zelfs te grazen nemen. De tweede vorm van alleen zijn is zelfgekozen. Een plaats en een tijd waarin je je losmaakt van anderen, van drukte om je heen, om in afzondering dichterbij jezelf te komen. In sommige omstandigheden helpt het om vervolgens ook dichterbij God te komen. Maar veel vaker is het andersom. Dan is er eerst de nabijheid, de aanraking van God, als een geschenk waar je niets voor hoeft te doen. Juist zo kom je bij jezelf – en juist dan hoeft er eigenlijk niets meer. Er valt veel meer over te zeggen. Voor nu leg ik twee verbanden. Ik formuleer ze als stellingen:
a) een samenleving die de weg van ‘solitude’ niet goed meer weet te vinden, lijdt in toenemende mate aan ‘loneliness’.
b) een samenleving waarin opvallend veel mensen zich ‘lonely’ voelen, vraagt om nieuwe vormen en praktijken van ‘solitude’. Eenzaam zijn is niet alleen een lot, maar gaat ook over wie ik ben, echt ben.

In ons onderzoek naar chaplaincy gaan we ook in op een culturele omslag. Het zijn de chaplains – vaak ook de niet religieuze – die een oude christelijke traditie nieuw leven hebben ingeblazen. Die traditie zegt dat je als mens op sommige momenten alleen present moet zijn, naast iemand moet staan (of zitten) en verder niks. Dat is wijs. In veel situaties is er geen behoefte aan advies. Geen behoefte aan wijze woorden. Niet over mensen en niet over God. Je aanwezigheid, als het vanuit oprechte empathie is, is genoeg. Maar, zegt één van de chaplains die wij spraken, misschien moet je op die basis soms tóch iets zeggen over vragen die niet gesteld worden. Dat is een doordenkertje. Socrates zou zeggen: je bent als medemens soms ook een soort vroedvrouw. Soms mag – nee móet – je helpen opdat er iets nieuws geboren wordt.

Het is vaak niet het goede moment om het over God te hebben. Maar soms noem ik die naam toch, ook als mijn gespreksgenoot er niet naar vraagt. Dat is altijd een waagstuk. Maar meestal gaat het goed. Meestal is het een behulpzaam woord voor iets dat nog niet hardop was uitgesproken. Graham Ward geeft er – naar mijn mening – een prachtig voorbeeld van. Hij citeert een tekst uit de profeet Jesaja: “Ik heb je bij je naam geroepen, je hoort bij mij.” Volgens Ward betreft dit een diepe vorm van kennis, een openbaring, waar eenzaamheid een voorwaarde voor is. In mijn woorden: dit hoor je niet in de Bijenkorf. Het kan alleen ‘vanuit de diepte’. Niemand anders kan dit voor je doen en samen met anderen gaat het ook niet.

Wie en wat ik ben – dat is met Christus verborgen in God, citeert Ward de apostel Paulus in diens Kolossenzenbrief. Prachtig en mysterieus gezegd, laat niemand proberen dit uit te leggen. Je bent verborgen – maar wel in God. Dat is de unieke bijdrage van de theologie aan dat multi-fenomeen eenzaamheid. Theologisch gesproken is een mens nooit echt alleen. Zelfs al vóel ik me eenzaam of verlaten, we zijn altijd gekend. En, zo voegt Ward toe, diep in hun hart voelen veel mensen daar wel iets van aan. Ook heel wat van die 168.300 Amsterdammers weten dat ze op één of andere manier gekend zijn. Misschien een vaag vermoeden, maar dat telt net zo goed. Misschien het begin van hoop. Chaplains, in functie of – beter – gewoon als vriend of buurvrouw zijn mensen die op het goede moment tegen een ander zeggen dat het echt zo is. Dat iedereen gekend is en op het diepste level dus niet eenzaam. Het is nog spiritueler om het als gebedswens te formuleren: moge het zo zijn.

Geloof
Gerelateerde artikelen
Achteruitgangsgeloof
Geloof
Achteruitgangsgeloof

Antibiotica-resistentie. Het is één van de vele voorbeelden van hoe het moderne vooruitgangsgeloof onder druk staat. Andreas Reckwitz werkt als socioloog aan de Humboldt-universiteit in Berlijn. Hij schreef een boek waarin hij stelt dat ‘verlies’ één van de grote problemen van onze tijd is.

lees meer
Jesus loves you
Geloof
Jesus loves you

Tom de Wal heeft zijn wortels liggen in Brabant, maar zijn naamsbekendheid reikt tot overal in Nederland en zelfs Amsterdam. Zijn arrestatie in Tilburg vorige week vrijdag maakte veel reacties los. Tal van Nederlanders vinden het onbestaanbaar dat je – op elke plek maar zeker in de publieke ruimte – zomaar mag claimen dat je mensen kunt genezen.

lees meer
Geletterheid in meervoud
Geloof
Geletterheid in meervoud

Het aanstaande kabinet was van plan was om de godsdienstgezant samen te voegen met de mensenrechtenambassadeur (ga zo nog even door en de kinderombudsman doet ook mee in het pakket). De ChristenUnie diende een motie in die steun kreeg. De gezant blijft de komende jaren bestaan. Knap gedaan van Kamerlid Don Ceder. Die kijkt verder dan alleen deze specifieke functie en pleit ervoor om te ‘werken aan religieuze geletterdheid’.

lees meer