Ik wist eigenlijk niet dat de functie bestond, maar kwam ‘m tegen een column van filosoof Stine Jensen in NRC. Bij het ministerie van Buitenlandse Zaken is sinds 2022 een ‘gezant voor godsdienstvrijheid en levensovertuiging’ aangesteld. Ze heet Bea ten Tusscher. In een interview met haar las ik dat ze katholieke roots heeft, een gereformeerde dominee als schoonvader en dat ze ambassadeur was in Bangladesh, Guatemala en Noorwegen. Een gerenommeerd diplomaat met affiniteit met religie dus. Ze maakt in het interview ook goed duidelijk wat het belang van haar functie is. In veel landen in de wereld is vrijheid van godsdienst allerminst vanzelfsprekend. In veel individuele situaties kan een gezant een goede rol vervullen, door specifieke kennis van een land en diplomatieke kwaliteiten. Maar je moet dus ook echt verstand van godsdienst hebben. Én van vrijheid.
Het aanstaande kabinet was van plan was om de godsdienstgezant samen te voegen met de mensenrechtenambassadeur (ga zo nog even door en de kinderombudsman doet ook mee in het pakket). De ChristenUnie diende een motie in die steun kreeg. De gezant blijft de komende jaren bestaan. Knap gedaan van Kamerlid Don Ceder. Die kijkt verder dan alleen deze specifieke functie en pleit ervoor om te ‘werken aan religieuze geletterdheid’. Die term gebruik ik ook vaak. Toevallig kan ik uitstekend lezen en schrijven, maar dat komt omdat iemand me geholpen heeft met ABC. En op veel andere terreinen ben of voel ik me ‘ongeletterd’, analfabeet. Toevallig heb ik veel expertise in religie, met name de christelijke variant. Net als Ceder woon ik in Amsterdam. Zowel hij als ik komen regelmatig mensen tegen die zich op allerlei vlakken goed ontwikkeld hebben, maar geen enkele kennis hebben van religie. Mensen die niet het idee hebben dat ze daar iets in missen (zoals ik zelf lange tijd leefde zonder David Bowie). Terwijl religie een belangrijke factor speelt in de internationale politiek én raakt aan allerlei maatschappelijke kwesties. Het is vaak gezegd dat Trump duiden zonder iets te weten van religieus Amerika onbegonnen werk is. Dus.
Meer kennis van religie zal volgens Ceder Nederlandse diplomaten in staat stellen om situaties van geloofsvervolging sneller op te merken en daar op te acteren. Het zal daarnaast, zegt hij, ook bijdragen aan de interreligieuze dialoog. Opnieuw: Ceder begrijpt dat niet alles kan worden opgelost door één gezant. Hij denkt aan een breder programma dat kennis van religie bevordert. Religieus leren schrijven en rekenen zeg maar.
Filosoof Jensen zegt in haar column dat ze het probleem herkent. Ze wist niets van godsdienst en bleek een ijverige student: “Toen ik ontdekte dat ik ‘religieus ongeletterd’ was, ben ik aan het werk gegaan en heb een inhaalslag gemaakt.” Ze kwam veel tegen waar ze niet vrolijk van werd (kruistochten, kerstening onder dwang etc.), maar ze erkent zondermeer dat religieuze basiskennis in de wereld van vandaag behulpzaam is. Daarna zegt ze eerlijk dat ze Ceder desondanks niet helemaal vertrouwt. Dat heeft met diens uitlatingen over Israël en in de kwestie Tom de Wal te maken. Over die thema’s schreef ik (los van Ceder) in eerdere Brieven en daarom laat ik ze hier buiten beschouwing. Interessanter vind ik haar vraag aan Ceder of hij alle vormen van geloofsvervolging even erg vindt. Ze citeert de toelichtende nota van de ChristenUnie, waarin expliciet wordt gesproken over allerlei vormen van religieuze minderheden, waaronder joden, jezidi’s en zelfs atheïsten – want er zijn immers landen in de wereld waar je beslist niet mag zeggen dat je nergens in gelooft. Het lijkt dus wel goed te zitten. Maar, vraagt Jensen door, waarom bepleit Ceder dan in diverse interviews dat ambtenaren hun seculiere pet moeten afzetten om situaties in Turkije, het Midden-Oosten of waar ook ter wereld te beoordelen? Waarom helpt dat? Moet de gezant niet net zo veel verstand hebben van godsdienst als van vrijheid, van wat voor mensen heilig is en waar zij tolerant in moeten zijn? En moet dat bredere programma daar niet over gaan?
Er is behalve religieuze ook seculiere geletterdheid nodig. Jensen zelf geeft een sterk voorbeeld als ze zegt: wie ‘seculier geletterd’ is, snapt beter hoe christelijke groeperingen geweld en uitsluiting kunnen legitimeren, bijvoorbeeld in Gaza. Dat kan alleen als je religieuze zaken laat prevaleren boven internationaal recht. Je mag als christen van het land Israël geloven wat je wilt. Dus ook dat God daar bijzondere bedoelingen heeft (al denk ik zelf van niet). Maar je plaatst jezelf buiten je eigen rechtsstaat als je de staat Israël toestaat om te handelen op een wijze die tegen alle internationale rechtsbeginselen ingaat. En als je kwaad wordt om die zin, ben je niet per se dom, maar zou je aan seculier moeten leren lezen en schrijven. Want theocratie (‘God wil het’) en christendom sluiten elkaar uit. Daarom zijn die kruistochten nu juist zo vreselijk geweest en daarom is Trump alles behalve christen.
Bij veel christenen heeft dat gesprek geen zin. Bij mensen die zich veelvuldig op bijbelse teksten beroepen, zie je vaak juridische of seculiere ongeletterdheid. En ook daar, zo val ik Jensen bij, zouden we wel wat meer aan mogen doen. Ik denk dat een vak als maatschappijleer te beperkt is om jongeren écht mee te nemen in het unieke van onze samenleving: dat je mag geloven wat je wilt en op dat vlak heel veel ruimte krijgt, maar dat je ook bereid moet zijn om steeds te denken: hoe leef ik samen met anderen die het anders zien dan ik? Elke stad en elk dorp is vandaag gebaat bij een ‘gezant’ die let op godsdienst én op vrijheid, die je helpt om je diepste geloofsovertuigingen (religieus, verlicht of anderszins) niet te laten samenvallen met wat alle anderen of vooral de overheid zou moeten doen. De scheiding van kerk en staat zouden we wellicht beter kunnen omdopen in ‘scheiding van levensbeschouwing en staat’. Ik wil geen christelijke maar ook geen atheïstische overheid. En ja, dan zullen er genoeg thema’s zijn waarop het botst en schuurt en we lang moeten praten. Doe dus maar meteen een stuk of tien van die gezanten. Ik nomineer er in ieder geval twee: Don Ceder en Stine Jensen.
Ik steun in mijn stad, Amsterdam, elke poging om meer ruimte te maken voor religie.
Ik was deze week onderdeel van een interessant gesprek met collega’s. Het ging erover hoe we in deze tijd mensen over alle generaties heen tot christelijk geloof zien komen, die dan vaak tamelijk radicaal zijn. In een seculiere context kun je immers ook niet ‘een beetje’ tot geloof komen. Mijn collega Niels de Jong pakte Paulus erbij. Paulus is de stichter van het christendom, maar ook een multi-taal-talent. Hij was joods, Grieks én christelijk geletterd. Hij wist welke issues voor welke groep belangrijk waren. Maar hij kon ook verbinden. Hij bracht een kernboodschap die hij ‘goed nieuws’ noemde. Daarover onderhandelde hij niet: God houdt niet soms wel en soms niet van mensen en Jezus is niet een beetje gestorven of opgestaan. Maar verder gaf hij veel ruimte aan culture gewoonten en persoonlijke opvattingen. Dat was geen verkooptruc. Hij deed dat uit liefde voor mensen. Je kunt, ook als je tot geloof komt, vaak en veel je eigen taal blijven spreken. Germanen hoeven niet Romeins te worden of omgekeerd. Er is in het christendom daarom ook nooit een tijdloze theologie geweest. Het evangelie wordt altijd doordacht in een bepaalde context. Dit vereist wel de nodige lenigheid en onderscheidingsvermogen. Eigenlijk hebben kerken en andere geloofsgemeenschappen veel ‘gezanten in godsdienst en vrijheid’ nodig. En eigenlijk was de apostel Paulus de eerste gezant.
Ik steun in mijn stad, Amsterdam, elke poging om meer ruimte te maken voor religie, juist ook in het publieke domein. Veel Amsterdammers hebben weinig of geen benul van de diepe en levensveranderende kracht die godsdienst en geloof kunnen zijn. Maar er is ook meer seculiere geletterdheid nodig, te beginnen in elke kerk, moskee en synagoge: snappen we waarom we hier al eeuwenlang samenleven met mensen die wel en niet in God geloven? Welke spirituele houding vraagt dat van ons? Weten we waarom we met goede redenen een scheiding tussen kerk en staat hebben aangebracht? Respecteren we Voltaire als hij zegt: ik vind het verwerpelijk wat u zegt, maar ik zal uw recht verdedigen om het te doen? En waar liggen, als de grondwet met artikel één begint, de grenzen van dat recht? Ook in zulke vraagstukken kunnen we wel wat gezanten gebruiken.
Seculiere geletterdheid gaat voor mij ook over thema’s die voor allerlei gelovigen nogal ongemakkelijk zijn, en die toch horen bij deze tijd. Bijvoorbeeld: besef je dat je oprecht in God kunt geloven en toch ook moet erkennen dat je altijd je eigen beeld van die God maakt? Dat je diep respect kunt hebben voor de bijbel of een ander heilig boek, om toch ook te beseffen dat er lange redactieprocessen van mensen aan ten grondslag liggen? Of dat je heel erg overtuigd mag zijn van je persoonlijke geloof maar óók moet bedenken dat we alleen al in een stad als Amsterdam een ‘spirituele supernova’ vormen met oneindig veel levensbeschouwelijke posities. Die ook weer nieuwe mogelijkheden biedt. Aswoensdag als start van de christelijke vastentijd valt dit jaar samen met het begin van de ramadan.
Misschien is één ding nog belangrijker dan religieus of seculier leren schrijven en praten. Dat noem ik: morele geletterdheid. Het is een veld waar religieuze en seculiere bronnen veel aan kunnen bijdragen, maar waar die belangrijke verschillen juist ook wegvallen. De Samaritaan van Jezus was seculier noch christelijk. Hij was wel barmhartig. David Brooks zegt: een samenleving kan alleen bestaan als we ons er voor inspannen om ieder mens te zien en te horen en hem of haar respect tonen, júist ook als we het niet met elkaar eens zijn. De boeken die hij schrijft zijn – vind ik – schatkamers van belangrijke religieuze én seculiere inzichten maar ook van situaties waarin dat onderscheid verdwijnt. Omdat mens-zijn nóg belangrijker is dan dat we religieus of seculier zijn. Dat zou ik ‘morele geletterdheid’ willen noemen. Ik hoop dat we met elkaar veel nieuwe vormen ontwikkelen die we allemaal herkennen als ‘moreel abc’. Voor iedereen tussen de 0 en de 99 jaar.
Antibiotica-resistentie. Het is één van de vele voorbeelden van hoe het moderne vooruitgangsgeloof onder druk staat. Andreas Reckwitz werkt als socioloog aan de Humboldt-universiteit in Berlijn. Hij schreef een boek waarin hij stelt dat ‘verlies’ één van de grote problemen van onze tijd is.
Onlangs werd in Nederland voor de zestiende keer de Week van de Eenzaamheid georganiseerd. Naar eenzaamheid wordt veel onderzoek gedaan, onder andere door het RIVM, het Verwey Jonker Instituut en de Hogeschool van Amsterdam. In dergelijke onderzoeken tref je vaak opvallend hoge percentages aan. Het lijkt wel alsof zo’n beetje iedereen zich eenzaam voelt.
Tom de Wal heeft zijn wortels liggen in Brabant, maar zijn naamsbekendheid reikt tot overal in Nederland en zelfs Amsterdam. Zijn arrestatie in Tilburg vorige week vrijdag maakte veel reacties los. Tal van Nederlanders vinden het onbestaanbaar dat je – op elke plek maar zeker in de publieke ruimte – zomaar mag claimen dat je mensen kunt genezen.