Ergens rond 2010 bracht ik een lange middag door op de studeerkamer van Huub Oosterhuis, de ‘paus van Amsterdam’ zoals hij werd genoemd. Oosterhuis zag overal mogelijkheden om actuele thema’s in een bijbels-theologisch licht te zetten. Ik was wel enigszins bekend met zijn werk, maar deze middag was een privé masterclass. Zo voelde het. Dit zouden toch duizenden en duizenden Amsterdammers moeten horen, dacht ik telkens. Ergens stelde ik hem de vraag: “u raakt vanmiddag hele belangrijke thema’s aan. Waarom zitten de kerken vandaag de dag volgens u niet veel voller?” Hij keek me van onder zijn grote wenkbrauwen doordringend aan, hield een bijbel omhoog en sprak: “Die kerken zitten niet vol omdat dit een weerbarstig boek is!” Sindsdien kijk ik ook zelf zo naar de bijbel op mijn buro. Een weerbarstig boek.
Weerbarstig is een prachtig woord. Niet meegeven. Recalcitrant zijn. Tegengif bieden. Dat is wat profetie bedoelt te zijn. Ad van Nieuwpoort durft en doet het. Zijn boek is prachtig, beleeft inmiddels een 6e druk en zal gezien de actuele situatie in de wereld wel ergens eindigen met een 15e. Graag denk met hem mee, opbouwend kritisch, en met gebruikmaking van een theoloog die hij als inspiratiebron noemt, en die dat ook voor mij is. Ik heb het over de oudtestamenticus Walter Brueggemann, een soort Amerikaanse protestantse versie van Huub Oosterhuis. Brueggemann stierf in juni vorig jaar.
Ook Brueggemann preekte over Daniël. In een preek uit 2003 – kort na de Twin Towers dus – begint hij met de stelling dat de kerk in de Verenigde Staten de komende 25 jaar in de rol van Daniël zit. De samenleving wordt alleen maar gecompliceerder, zal steeds meer leunen op brute power, en hoe bewaar je dan je identiteit? Net als voor het bijbelse volk Israël in ballingschap betekent dat voor christenen: commitment aan je kernwaarden, scherpzinnigheid en ‘gevoel voor lange termijn’ (in plaats van de quick fix). Daniël en zijn vrienden kunnen een heel eind mee gaan met Babylon, maar sluiten als het gaat om ‘wat geloof je ten diepste’ geen compromissen. Dus niet de wijn en het junkfood van Babel maar een dieet van water en groente. Want daar opent het boek Daniël mee. Vier joodse jongens die een Babylonische opleiding volgen (en daar ook oké mee zijn) sluiten geen compromis als het om hun spijswetten gaat. Geef ons maar water en groente, zeggen ze.
Brueggemann zegt dat iedere gelovige weet dat ‘water en groente’ ook figuurlijke betekenis hebben. Water en groente brengen welzijn voort in die wereld van de brute macht. Ze staan voor nuchter en gezond. Voor discipline ook. De vier joodse jongens hebben andere soulfood en hun prestaties zijn des te beter. Brueggemann vestigt de aandacht op het slot van Daniël 1: En over welke kwestie de koning hen ook raadpleegde, hij vond hen – die vier mannen van water en groenten – tien keer zo voortreffelijk als alle magiërs en bezweerders in heel zijn rijk. (Daniël 1,20) Je kunt van dit vers gemakkelijk beweren dat het een bizarre overdrijving is, bijna trumpiaans: we’ve never done better. Maar Brueggemann zegt: dát is nou juist de verbeeldingskracht, dit is de nieuwe wereld waar de profeet naar zoekt. In de woorden van een oud gezang: Nooit kan ’t geloof teveel verwachten. Echt geloof is niet iets voor in je binnenkamer of een kerk. De wéreld wordt er beter van. Vriend en vijand moet het erkennen.
Ik val Ad helemaal bij als hij zegt: de kerk zou vandaag veel meer water en groente moeten leveren. We betuigen respect voor bisschop Mariann Budde die bij de inauguratie van Donald Trump om ‘mercy’ voor de zwakken vroeg. Maar elke predikant en theoloog en vooral elke gelovige heeft deze roeping. Er is aan talkshowtafels, vergadertafels en aan borreltafels, en trouwens ook aan kerkenraadstafels, veel ‘water en groente’ nodig. Brueggemann zegt – en hier hoor je de profeet – : I tell you this because so much of the church in the United States has accepted the junk food of culture, and when we do that, there is for the church no health, no good news, and certainly no energy for mission. Groente en water moet het zijn. Water en groente vallen niet samen met God. Water en groente zijn juist de dingen die God gééft, zonder onderscheid. Brueggemann omschrijft ze als vrijheid, generositeit en vergeving.
Brueggemann was één van meest gerespecteerde oudtestamentici van zijn generatie. Net als Van Nieuwpoort (en die heeft het weer van Miskotte) zegt hij dat het Oude Testament geen verhaal is over ‘de zoveelste god’. Deze God is een wonderlijke God, de God van Abraham, Isaäk en Jakob, en van hun volk. Een God die zich niet schaamt om de God van nomaden en andere kleine mensen te zijn (Hebreeën 11). Omgekeerd moeten mensen zich dan ook niet schamen om te zeggen: want déze God is onze God. En bij die confessie hoort een diepe eerbied, omdat die God van kleine mensen zelf allesbehalve klein. Hij is de Schepper van alles dat is. Je moet niet aan dat woord God voorbij. Natuurlijk wordt het woord ‘God’ te pas en te onpas gebruikt. Als Pete Hegseth ‘Deus vult’ (God wil het) op zijn arm heeft staan, is dat ronduit blasfemisch, gezien de teksten die deze minister van oorlog uitkraamt. We moeten het vanuit de bijbel niet over één van de vele ‘power gods’ maar over die bijzondere God hebben. Maar dan ook vaak en veel en vrijmoedig.
Het is denk ik niet waar wat ooit hoogleraar Rochus Zuurmond zei (en wat Ad instemmend aanhaalt): dat de bijbel het woord ‘God’ niet uit confessie maar uit concessie hanteert. Zo van: we hebben niks anders maar eigenlijk klopt het niet. Dat beschouw ik als modernistische verlegenheid. Rationalistisch is het, veel te verlicht. Het woord God kan diep spiritueel zijn. Juist theologen die Ad inspireren, zoals Kornelis Miskotte en Karl Barth, zeggen voortdurend: God is God. God is de Levende God. En die andere goden, met een kleine letter g, die moet je afgod noemen. Juist een profeet heeft nu eenmaal iets van God gezien en gehoord. Een profeet durft de Naam juist hoogst actueel te gebruiken: dit zegt de Heer. God is inderdaad niet een hogere macht die de vrijheid van mensen autoritair zou beknotten (citaat van Ad). Maar hij is wel de Gever, de Bron van alles dat water en groente is. Ik zou graag zien dat Ad vanuit dezelfde teksten God net zozeer tot leven wekt als hem dat lukt met Daniël.
Want Brueggemann doet dat wel. Onbekommerd zegt hij: God kijkt niet toe maar is een actieve speler. God reageert op de gebeden en vooral de klachten van zijn mensen. God is de God van de ‘vreemde betrouwbaarheid’, die ons door crisis en oordeel heen naar een nieuwe wereld brengt. God is de bevrijder van de onderdrukten. God is gewoon God. Maar dan déze God. Eigenlijk precies zoals dat op elke bladzijde van het Oude Testament te lezen staat. Bijvoorbeeld in Daniël 2, als de Trumpiaans woedende koning Nebukadnessar alle wijzen van zijn rijk wil laten ombrengen, inclusief Daniël en zijn vrienden. Niemand is staat om de koning te vertellen wat hij heeft gedroomd. Dan staat er: Daniël bracht zijn vrienden op de hoogte en vroeg hun de God van de hemel te smeken zich barmhartig te tonen en het mysterie van de droom te onthullen, zodat hij en zijn vrienden niet met de rest van de wijzen van Babylonië ter dood worden gebracht. (Daniël 2,18) In deze opvallende zin buigt Daniël dus wel.
Een kerk die meer profetisch wil spreken, die mensen wil aanmoedigen om minder te buigen, die zou de God van de hemel dag en nacht moeten smeken. Zo’n kerk zal wonderen meemaken, zoals ook Daniël. En heel vaak ook niet. Dan zwijgt zelfs déze God. Maar daarom staat de bijbel dan ook vol jammerklachten. Kortom: niet alleen Daniël en Nebudkadnesar zijn één op één naar onze tijd en situatie te vertalen, dat geldt ook en juist voor God. Dat is dan ook mijn vraag aan Ad: wacht nog even met je aangekondigde memoires en schenk ons eerst een goed boek over God. Wie is God? Niet de god van Pete Hegseth. De God van Brueggemann, van Tenach, de God die Vader is van Jezus.
Dare to be a Daniel
Een tijdgenoot van Brueggemann is de Duitse theoloog Jürgen Moltmann. Moltmann heeft wereldwijd veel invloed gehad, bijvoorbeeld op de Zuid-Amerikaanse bevrijdingstheologie. Toen hem ooit de vraag gesteld werd: wie is God voor u? – zei hij zonder aarzeling: Jezus Christus. Dat is conform de vroegchristelijke belijdenis van Nicea en het is ook goed luthers. Het is één van de meest belangrijke theologische kwesties dat veel grote moderne theologen (van de laatste veertig jaar) Jezus Christus met God identificeren. Daarin is de grote invloed van Karl Barth nog altijd merkbaar. Barth was één van de opstellers van de Verklaring van Barmen, een belijdenis waarmee een minderheid van de Duitse kerk zich in 1934 uitsprak tegen Hitler. Ik citeer het tweede deel van de eerste these: “Jezus Christus, zoals hij ons in de heilige Schrift wordt betuigd, is het ene Woord van God, dat we moeten horen, in leven en sterven moeten vertrouwen en moeten gehoorzamen. Wij verwerpen de valse leer, als zou de kerk als bron voor haar verkondiging naast dit éne Woord ook nog andere gebeurtenissen en machten, gestalten en waarheden als Gods openbaring moeten erkennen.”
Christenen kunnen zich laten inspireren door Daniël. Het boek van Ad van Nieuwpoort is een mooie variatie op een klassieke ‘spiritual’ (uit 1873): Dare to be a Daniel, dare to stand alone. En Brueggemann zegt: meer dan ooit moet de kerk mensen daar in deze tijd toe oproepen. Maar er bestaat geen boek in de kerkgeschiedenis dat ‘de navolging van Daniël heet’. Er zijn wel heel wat boeken die ‘de navoging van Christus’ heten. In zijn preek probeert Brueggemann niet om achter elk vers uit Daniël iets van Christus te ontdekken. Het Oude Testament kan en mag voor zichzelf spreken. Toch, ook al is ‘Buig niet’ een klein boekje, mogen thema’s als kruis en opstanding en laatste oordeel niet ontbreken. Want dáár krijgt de door Van Nieuwpoort graag aangehaalde dichtregel van Henriëtte Roland Holst ‘dat de zachte krachten zeker zullen winnen in het eind’ lading, ernst en vrolijkheid. Brueggemann zegt het in zijn preek kort en goed: It’s Jesus whom we trust and serve.
In zijn preek uit 2003 schetst Brueggemann hoe de Amerikaanse en de Westerse cultuur er de komende 25 jaar uit zal zien. Hier wordt de theoloog pas echt profeet. Het zal, zegt hij, ten eerste een cultuur zijn van vrees en angst, langs de lijn van terrorisme tot economische malaise. Angst, óok omdat de oude wereld met een zekere orde, een zekere veiligheid en een zeker privilege bezig is voorbij te gaan (zei ik al profetisch…?). De kerk doet niet mee aan die angst. Zij gelooft dat God de wereld draagt en alle dingen nieuw maakt. Daarom zegt ze in de wirwar van gebeurtenissen toch elke dag: wees niet bevreesd.
Het zal ook een cultuur van hebzucht zijn en ikkigheid. “More and more – of sex and beer, and houses and money and trips and books and food and armaments.” Maar in het hart van onze samenleving blijft een diepe leegte. We maken de fout om te denken dat we die leegte kunnen vullen met spullen. Het is alsof je psychiater Dirk De Wachter hoort. Maar, zegt Brueggemann, de kerk doet daar niet aan mee. Zij gelooft in God als de Gever, die in alles voorziet, met een grenzeloze generositeit. De God voor wie scheppen en geven hetzelfde is. De kerk doet daarom in gift and grace and gratitude. En tenslotte bewegen we ons volgens Brueggemann steed meer naar een cultuur van wraak. Alle soorten wraak die je maar kunt verzinnen, waarvan militaire agressie er één is, maar ook in de politiek en zelfs in intieme relaties. Je moet je conformeren of je wordt uit de weg geruimd. Anno 2026 zeg ik net als Ad: Nebukadnessar is in Trump gereïncarneerd. Maar de kerk gelooft in een God die zeventig maal zeven maal vergeeft (Mariann Budde!). Zij handelt in goedheid en vergeving. Zonder tariffs. De termijn van Brueggemanns profetie is bijna om: 2028. Als wij profetisch willen spreken, moeten we dus niet bij de gemeenteraadsverkiezingen van komende week beginnen, maar 25 jaar vooruit zien, naar de wereld anno domini 2051.
Brueggemann moedigt mensen aan te leven bij de woorden van het Oude Testament, in eerbied voor God en met een verlangen om Jezus na te volgen. Dat is het water en de groente. Dat is kerk, zegt hij, dat kán ze zijn als ze geen compromissen sluit. Alleen zo’n water-en-groente-kerk zal een glorieus verschil maken in de junkfood-samenleving. Water-en-groente-mensen zullen soms worden vervolgd, maar soms ook worden geprezen. In dat laatste geval zullen ze tien keer zo voortreffelijk worden genoemd als alle deskundigen en influencers uit de hun omringende cultuur. Daar en zo wordt iets zichtbaar van de triomf van de genade. Omdat Gods tegen-gif tenslotte een glorieuze tegen-gift is.
Antibiotica-resistentie. Het is één van de vele voorbeelden van hoe het moderne vooruitgangsgeloof onder druk staat. Andreas Reckwitz werkt als socioloog aan de Humboldt-universiteit in Berlijn. Hij schreef een boek waarin hij stelt dat ‘verlies’ één van de grote problemen van onze tijd is.
Onlangs werd in Nederland voor de zestiende keer de Week van de Eenzaamheid georganiseerd. Naar eenzaamheid wordt veel onderzoek gedaan, onder andere door het RIVM, het Verwey Jonker Instituut en de Hogeschool van Amsterdam. In dergelijke onderzoeken tref je vaak opvallend hoge percentages aan. Het lijkt wel alsof zo’n beetje iedereen zich eenzaam voelt.
Tom de Wal heeft zijn wortels liggen in Brabant, maar zijn naamsbekendheid reikt tot overal in Nederland en zelfs Amsterdam. Zijn arrestatie in Tilburg vorige week vrijdag maakte veel reacties los. Tal van Nederlanders vinden het onbestaanbaar dat je – op elke plek maar zeker in de publieke ruimte – zomaar mag claimen dat je mensen kunt genezen.