Eén van de belangrijkste vragen die je in ieder tijdperk kunt stellen is: wie trekt er aan de touwtjes? Zolang wij mensen bestaan, voelen we ons onderworpen aan krachten en machten die groter zijn dan wij. In de oude Griekse mythen nemen ze de vorm aan van goden die op de berg Olympus wonen en zich af en toe met mensen bemoeien. Griekse tragedieschrijvers maken op het toneel gebruik van een onpersoonlijke kracht die ze de fortuin – of het noodlot – noemen. In de monotheïstische religies van jodendom, islam en christendom gaat het telkens over een God die sturing geeft, zowel aan grote wereldprocessen als aan kleine mensenlevens.
In de moderne tijd gaat het minder over goden of God, maar de aandacht voor wie of wat mijn leven stuurt neemt alleen maar toe. Ik ben niet alleen een vrij handelend mens, maar ook iemand die bepaald en gestuurd wordt. Denk maar aan de rol van je ouders en andere biografische omstandigheden. Aan hoe politieke en economische krachten ons leven bepalen. Aan onze driften zoals Freud en Jung er naar keken. Mensen zijn maar tot op zekere hoogte werkelijk vrij.
Toch leeft bij veel moderne mensen het idee dat dit allemaal wel meevalt. Dat we steeds vrijer worden, steeds meer onze eigen gang kunnen gaan. In Amsterdam is dat welhaast een dogma. Hier zingen we graag de psalm van Shaffy: laat me, laat me m’n eigen gang maar gaan. Maar doen we dat echt? Als ik je vraag naar je laatste drie aankopen, je laatste vakantie, je laatste date, de laatste keer dat je een vakje rood kleurde op een stembiljet. Voelde je je volkomen vrij toen je dat deed? Was het volkomen rationeel niet gestuurd door welk mens of algoritme ook maar?
We lopen het risico om onszelf
uit te leveren aan systemen die
ons beïnvloeden, bepalen, leiden en interpreteren
De gezaghebbende Israëlische historicus Yuval Harari zegt het al jaren: de tijd van de mens als autonoom en vrij wezen loopt ten einde. “Nog niet zo lang geleden navigeerden we op ons verstand en ons gevoel. Vandaag vertrouwen we vooral op Google, Meta en Apple.” In zijn nieuwste boek Nexus zegt Harari dat als wij naar de geschiedenis kijken, we vooral letten op de ‘actors’: wie deed wat. Maar veel belangrijker is het om te letten op wat hij ‘de editors’ noemt. De mensen die over de bronnen en de data gaan. Zeg maar: de eindredactie. Wie had de informatiestroom van een bepaalde tijd in handen? Wie kon bepalen wie in de spotlight kwam en wie niet, wat wél werd opgeschreven en wat niet, wie toegang krijgt tot informatie en wie niet?
Actors en editors vallen bijna nooit samen. Ons beeld van bijvoorbeeld de Romeinse keizers maar ook van Jezus of welke bijbelse figuur dan ook, is bepaald door wie over hen schreef. We weten lang niet altijd wie in welke tijd ‘editor’ was (bij het Oude Testament bijvoorbeeld is dat maar zeer ten dele te achterhalen). Maar het waren tenminste altijd ménsen. Nu verschuift die rol in rap tempo naar de technologie. Algoritmes hebben nu al grote invloed, bijvoorbeeld als het om de uitkomst van verkiezingen gaat. Veel in het werk van Harari is een waarschuwing: we lopen het risico om onszelf uit te leveren aan systemen die ons beïnvloeden, bepalen, leiden en interpreteren. Dat dreigt ons te de-humaniseren, minder mens te maken – aldus Harari. Het is ironisch: uitgerekend de menselijke cultuur die zich het meest aan het idee van ‘goddelijke leiding’ heeft ontworsteld, levert zich het meest uit aan tech-systemen. Alsof de goden op de Olympus opnieuw hard lachen om die onnozele mensen!
De Amerikaanse schrijfster Marilynne Robinson zegt dat het juist nu belangrijk is om terug te keren naar het idee dat God ons leven leidt. Ze vermijdt daarbij twee uitersten die in de theologie heel dominant geweest zijn in de beeldvorming van wat die ‘leiding’ inhoudt. Robinson doelt niet op een Matrix-achtige situatie waarin mensen feitelijk een speelbal zijn van een andere entiteit die elke stap of gedachte voorgeprogrammeerd heeft. Maar ze is evenmin te porren voor een wereldbeeld waarbij God deze werkelijkheid misschien geschapen heeft maar het helemaal aan ons laat wat we met ons leven willen doen (dat laatste noem ik het Shaffy-model).
Marilynne Robinson zegt in een recent interview met de New York Times (28 september 2025): “Ik denk dat het door de hele bijbel heen Gods bedoeling is om mensen menselijker te maken (to humanize humanity), om je een hart van vlees in plaats van steen te geven. Wat echt bijzonder is aan God is dat hij aan de zijlijn staat. God wil dat mensen niet doden, niet stelen enzovoort. Maar God laat mensen vrij. Hij vertelt hen wat Hij als goed en slecht beschouwt. Maar ze hebben de vrijheid om zijn geboden te overtreden, als dat hun keuze is.
Ik denk dat je dit kunt beschouwen als Gods loyaliteit aan wat het is om mens te zijn: vrije, handelende schepsels. Juist in het vermogen om autonoom te zijn, zelfs al wijkt dat af van wat God wil, hebben mensen één van de kwaliteiten van God: vrijheid.”
Eigenlijk zegt Robinson: hoe vrijer je bent, des te meer je op God lijkt. Maar dat gaat niet vanzelf. Het is een bovenmenselijke opdracht. Er zijn allerlei factoren die met ‘dehumanize humanity’ te maken hebben. Er is van alles dat ons hart eerder harder maakt dan zachter.
Dat onze hersens afstompt in plaats van alert maakt. We laten ons graag leiden, sturen, beïnvloeden. Robinson valt Harari bij in de manier waarop hij de dreiging van de algoritmes beschrijft. Maar ze voegt ook iets toe. Wie vrijer wil worden, menselijker, zo iemand moet God leren kennen.
Ik probeer aan de hand van psalm 23 te verduidelijken waar Robinson op doelt. Die – misschien wel meest bekende – psalm begint zo: De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredige wateren. Hij geeft mij nieuwe kracht. Dit is geen Matrix-model en ook geen Shaffy-paradigma. Er staat niet dat God heeft elke stap voorgeprogrammeerd. En evenmin: ik laat jou je eigen gang gaan en veel succes met het vinden van die groene weiden.
Eén ding is zeker van die groene weiden en vredige wateren: Google, Meta en Microsoft zijn daar niet mee bezig. Google’s slogan is: Do the right thing. Microsoft zegt: Empowering every person on the planet to achieve more. De Raad voor Volksgezondheid bracht onlangs een rapport uit met een waarschuwing: dit is een hypernerveuze tijd. Je kunt de grote tech firma’s niet verantwoordelijk stellen voor alles. Maar als je goed kijkt, zie je hypernerveuze slogans. Psalm 23 stelt de vraag wat een mens werkelijk verlangt en nodig heeft. Hier worden mensen meer vrij, niet minder. Hier worden mensen meer mens, niet minder. Hier hoef ik tenslotte niet ‘the right thing’ te doen en ook niet nóg meer te presteren. In een Engelse versie van psalm 23 staat het zo: He refreshes my soul.
God is in deze psalm de actor. Maar het gedicht is van een editor. Het is een mens – misschien wel koning David – die het zegt: de Heer is mijn herder. Oudtestamenticus Walter Brueggemann noemt het enerzijds een uiting van een enorm vertrouwen. Wat God mij geeft, is overvloed. Is meer dan ik kan vragen. Is alles. Maar – zegt hij – het is ook een statement tégen de basisovertuiging van de moderne consumptiemaatschappij. Tegen de algoritmes die van die maatschappij een verlengstuk zijn. Het ontbreekt mij altijd wel aan iets, en vaak aan veel, en daar raak ik dan op gefocust, en ik doe alles om het te pakken te krijgen, en algoritmes helpen daarbij. Dát weten Google en Microsoft. Ik wil ‘the right thing’ doen. Ik wil (nog) meer presteren. Stel dat ik kan zeggen: “Ik heb alles al. Mij ontbreekt niets”.
Ik typte in mijn Google-zoekmachine ‘ik heb alles al’. Een AI gegenereerd antwoord volgt binnen een seconde: “Als iemand zegt ‘ik heb alles al’, betekent dit dat diegene geen materiële spullen meer nodig heeft of wenst.” Er staat geen waarde-oordeel bij. Psalm 23 gaat nog een stap verder. Als iemand zegt: ‘mijn hart en ziel hebben alles al’, betekent dit dat diegene geen innerlijke dingen meer nodig heeft. De spirituele tradities spreken van volheid of vervulling. Marilynne Robinson zou zeggen: een mens die werkelijk mens geworden is, tot haar of zijn bestemming is gekomen.
Brueggeman zegt dat psalm 23 een vorm van therapie is. Je moet leren omdenken. “Geloof in God, de God van psalm 23 – dat is de God van Israël – vereist een heroriëntatie van onze verlangens, want de meeste van onze wensen zijn gekunsteld en imaginair en nep.” Ik denk dat hij bedoelt: algoritmes geven vooral terug wat wij mensen er in stoppen, en wat we ervan verwachten. Juist in de maand van Black Friday is het een gezonde vraag: wil ik wat ik wil? We hebben gelukkig al veel vormen van activisme, die ons leren dat het minder kan en moet. De kerk heeft een opvallend geluid. Wij willen méér. Niet nog meer spullen. Meer groene weiden en vredige wateren. Meer van wat ons werkelijk mens maakt.
Ik typte: ‘How can I believe in the God of psalm 23’. Dit was Google’s antwoord:
“To believe in the God of Psalm 23, reflect on His demonstrated qualities of personal provision, unwavering presence, and comforting guidance, trusting that He is with you in both pleasant and difficult circumstances, leading you to peace, healing, and ultimate eternal blessing.” Merkstrateeg Marc Oosterhout, schrijver van het boek Power Brands, zou zeggen: dit is de ultieme klantbelofte.
Over Gods leiding zijn in de traditie van Israël en van de kerk altijd twee dingen tegelijk gezegd. Het eerste is: we zijn als mensen onderweg. De toekomst is altijd groter dan het verleden. Israël had nooit een tijdperk van groene weiden en vredige wateren. Jezus heeft het ook niet meegemaakt. Er is geen mens die in zijn of haar leven deze toestand duurzaam bereikt. Dan bestaat het dus niet óf het moet nog komen. Het tweede is dat die groene weiden en vredige wateren nooit letterlijk genomen zijn, als catalogus van een paradijs. Het zijn metaforen voor God. God ís die groene weide, dat vredige water. Daarom ontbreekt me niets, of ik nu leef of sterf. Ik kom als ik dood ben ook niet op eeuwige jachtvelden. Ik kom bij God.
Hij is de peace, healing and blessing.
Daarom gaat psalm 23 zo verder: De Heer geeft mij nieuwe kracht en leidt mij langs veilige paden tot eer van zijn naam. Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed. Hier is het beeld dat van de eenzame wandelaar op gevaarlijk terrein. Er is niets voorgeprogrammeerd. Het is jouw weg.
Het kan ook donker zijn. Maar het is nooit onveilig. Altijd is er een metgezel met ‘instruments of guidance’, met een stok en een staf. Dat is wat je van een algoritme nooit zult krijgen.
Ik studeerde theologie bij Bram van de Beek, destijds hoogleraar in Leiden. Van de Beek dacht diep na over vraagstukken rond de leiding van God, en noemde het de meest brandende pastorale vraag (hij was eerst zelf dominee geweest). In een recent interview hoorde ik weer iets van wat ik destijds leerde. Van de Beek vindt dat in kerken mensen zich te vaak en te veel bezighouden met vragen of en hoe God hun leven leidt. Je moet niet bij krachten en machten beginnen, maar bij God, meent hij. “Als je begint met een abstract godsbegrip, houd je altijd iets over van het heidendom, van de voorzienigheid of het noodlot dat daarachter zit. Christelijk geloof begint en eindigt met Christus.” Je moet Van de Beek nageven dat slechts één mens in de geschiedenis psalm 23 in de ik-vorm heeft uitgesproken: Ik ben de goede Herder. De actor en de editor vallen hier samen. Gods stok en staf worden concreet in Jezus, zegt Van de Beek. In zijn woorden, zijn daden, zijn kruisdood en zijn opstanding. Het zijn de ‘instruments of guidance’ voor wie groene weiden en vredige wateren zoekt. Het is refreshment for my soul.
Zanger Nick Cave tenslotte beweert twee dingen. Eén: dat ‘leiding van God’ spiritueler en concreter is dan alle andere spreken over vibes, energie en kracht. En twee: dat de kerk de beste plek is om dat te ontdekken en te ervaren. Ik citeer: “Ik ervaar een zekere vage ‘spiritualiteit’ in de chaos van de wereld, een vaag besef dat God impliciet aanwezig is op een latente, metafysische manier, maar het is pas echt in de kerk – die diep feilbare menselijke instelling – dat ik werkelijk spiritueel bevrijd word. Ik word meegesleept in een poëtisch verhaal dat zowel waarachtig als verbeeldingsrijk is en volledig participatief, waar mijn spirituele verbeelding zowel ingeperkt als vrij kan zijn. De kerk lijkt voor sommigen misschien klein, zelfs benauwend, met een kuddeachtige gemeente, maar binnen haar architectuur, muziek, litanieën en verhalen vind ik een plek van immense spirituele herkenning en bevrijding.” Ik denk dat zelfs Marilynne Robinson het niet mooier kan verwoorden. Ik zeker niet.
Als belangrijke geluksfactoren zijn aanwijsbaar: een vaste baan, een eigen woning, geregeld contact met andere mensen. Dat hadden we zelf kunnen bedenken. In onze Westerse cultuur wordt de opvatting van geluk gedomineerd door uiterlijke omstandigheden. Als je gezond bent, geld en een baan hebt, en vrienden, en als je óók nog in een ‘happy city’ woont, dan moet je in dit denken erg gelukkig zijn.
Een God van beide voeten op de grond of sterker: van poten in de modder. Goed nieuws voor ons lijkt me. Amsterdam ligt lager nog dan het dal, twee meter onder zeeniveau zelfs. Wij houden niet van mensen die zich hoog verheven voelen boven de rest. En we zijn mensen die eraan gewend zijn dat alles wat je nodig hebt met een bestelbusje bij je thuis wordt afgeleverd. Met zijn manier van ‘afdalen’ sluit Jezus in ieder geval goed aan bij waar wij zitten.
In de eerste maanden van 2024 schreef ik het boekje HOOP. Co-auteur Jeanneke en ik traden deze week samen op op een bedrijfs-event. Ons boekje wordt alleen maar actueler, denken we zelf. In de longread van deze week probeer ik te laten zien waarom dat zo is.