Gelukkig jullie die in Kopenhagen, Zürich of Singapore wonen! Dat zijn althans de nummers 1, 2 en 3 op de ‘Happy City Index 2025’. Het instituut dat deze lijst opstelt, gebruikt 82 indicatoren, verdeeld over zes categorieën: burgers, overheid, milieu, economie, gezondheid en mobiliteit. De opstellers van de lijst kijken naar wat voor beleid is er in grote steden en hoe dat in de praktijk wordt omgezet. Het is grootschalig: zo’n duizend onderzoekers verwerken data van 3500 steden.[i] De hoogst genoteerde Nederlandse stad staat op plek 10: Rotterdam. Amsterdam staat op plek 35. Wat? Ik denk dat nogal wat Amsterdammers daar verbaasd van opkijken. Toch klopt het denk ik wel. De Dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam stelt ook de vraag: wie is er hier gelukkig? Momenteel zegt ongeveer twee derde van de volwassen Amsterdammers ‘ik’. Maar dat is sinds 2010 een dalende trend. Het verschilt ook sterk per stadsdeel (bijvoorbeeld Osdorp 55%, Zuid 73%). Als belangrijke geluksfactoren zijn aanwijsbaar: een vaste baan, een eigen woning, geregeld contact met andere mensen. Dat hadden we zelf kunnen bedenken. In onze Westerse cultuur wordt de opvatting van geluk gedomineerd door uiterlijke omstandigheden. Als je gezond bent, geld en een baan hebt, en vrienden, en als je óók nog in een ‘happy city’ woont, dan moet je in dit denken erg gelukkig zijn.
Gelukkig jullie die arm zijn of honger hebben! Dat zijn de openingszinnen van de ‘Happy People Index’ van Jezus. Wat? In de versie van Lucas hanteert Jezus vier opmerkelijke geluksindicatoren: armoede, honger, verdriet en uitsluiting. Hoe meer je je daarin herkent, des te hoger je geluksscore. Daarmee zet Jezus de Happy City Index op z’n kop. Kopenhagen en Singapore bungelen nu onderaan en Rotterdam staat nog net iets lager dan Amsterdam, beide bij de laagste 1 procent. Onderzoekers stellen vandaag ook lijsten op met de meest unhappy places. Steden met veel armoede, honger, uitsluiting en achterstand. Een index noemt voor 2026 als top vijf: Detroit (USA), Karachi (Pakistan), Lagos (Nigeria), Dhaka (Bangladesh)en Caracas, de hoofdstad van Venezuela. Don’t go there! Maar Jezus zou zeggen: gelukkig de mensen die daar wonen. En specifiek in Amsterdam zou hij zeggen:
Gelukkig als je onder een brug slaapt.
Gelukkig ben je als je leeft uit een vuilnisbak.
Gelukkig wie elke week naar Zorgvlied gaat om daar te huilen.
Gelukkig als je wordt uitgelachen of gepest.
Maar wee degenen met een huis, een goed gevulde koelkast, een fijne carrière. En opnieuw is er eigenlijk maar één tegenvraag: wát?
In de moderne tijd hebben onder andere Friedrich Nietzsche en Karl Marx gehakt gemaakt van de geluk-sprekingen van Jezus. Zij vonden dat je de ellende goedpraat, verheerlijkt, mensen op deze manier opsluit in hun tekort, armoede en kwetsbaarheid. Vooral de suggestie ‘dat er straks een hemel komt’, bracht Marx tot zijn beroemde uitspraak over godsdienst als opium voor het volk. Maar de meeste mensen, ook ver buiten het christendom, hebben geprobeerd om de wijsheid van Jezus’ woorden te peilen.
Van allerlei vormen van uitleg die ik onder ogen kreeg, kan ik de volgende samenvatting maken.
(a) Wat Jezus hier zegt, heeft iets weg van een revolutionair pamflet, van ‘do you hear the people sing, singing a song of angry men’ (Les Misérables). Maar meer nog dan revolutie zit er in deze zinnen een oeroude joodse manier van denken die over een beloofd land gaat, een nieuwe wereld. Dat wat komt, is belangrijker dan wat er nu is. De zaligsprekingen zijn geen constateringen maar beloftes. En voor wie het nu prima voor elkaar heeft of graag alles bij het oude laat, is zo’n belofte vooral een bedreiging. Vraag dat maar aan de ayatollah’s in Iran.
(b) Jezus plaatst zichzelf in de rij van oudtestamentische en andere profeten die nooit met geluk beginnen maar met gerechtigheid. Welzalig als je rechtvaardig bent. Ja, daar word je misschien niet rijk van en je wordt er niet altijd voor geprezen maar dát doet er niet toe. Dit komt ons moderne mensen heel dicht op de huid, omdat ‘als ik maar gelukkig ben’ vaak het hoogste doel is. Ja, ik geloof in een rechtvaardige wereld. Wil je daar echt iets voor laten? Opgeven? Ehhmm… De suggestie van de zaligsprekingen is dat je in deze wereld alleen maar rijk en wel doorvoed en van goede reputatie kunt zijn als je niet ál te veel met gerechtigheid bezig bent. Wee jullie! Meer dan tegen welke andere cultuur ook praat Jezus tegen ons.
(c)Jezus staat in de hele lange traditie van wijze mensen dat geluk niet afhankelijk moet zijn van je omstandigheden. Het klopt: tegen iedereen met geld of een goed gedekte tafel of een goede reputatie kun je zeggen: ben je wérkelijk gelukkig? Waarom dan al dat cynisme en die verveling, juist op de plekken die we ‘happy cities’ noemen? En: als we straks allemaal toch doodgaan, kunnen uiterlijke omstandigheden dan ooit echt gelukkig maken? Shakespeares Macbeth noemt het leven een wandelende schaduw, vluchtig en zinloos en een hedendaagse schrijver als Arnon Grunberg zou het ook zo formuleren. Meer dan ooit herkennen we in onze samenleving dat ‘wee jullie’ van Jezus.
(d)Maar anders dan veel filosofen brengt Jezus God in het verhaal. Waarom zijn arme en hongerige mensen gelukkig? Nou, voor hen is het koninkrijk van God. Dit is een spirituele sleutel om alles te verstaan wat Jezus nog gaat zeggen. De arme heeft beter zicht op de rijkdom van God. De hongerige heeft meer idee van hoe God je wil voeden. De uitgeslotene voelt pas echt wat het betekent als God zegt: jij bent voor mij van oneindige waarde. De oudtestamentische Psalm 1 zegt dat er twee wegen zijn: je geluk vinden in geld, voedsel en reputatie óf je geluk vinden in God. En dat je gelukkig te prijzen bent als je geen last hebt van die dingen waardoor de meeste mensen worden afgeleid. Meer dan welke andere cultuur ook kiezen wij massaal voor optie 1, wat bij Jezus betekent dat ons soort samenleving vér af staat van wat God bedoelt.
(e) Dit is niet voor straks, laat staan ooit. Het is voor nu. De hemel van Jezus is om de hoek. Het is een challenge: are you in or out?
Paus Franciscus gaf regelmatig catechese over de zaligsprekingen. Hij zegt: ze zijn bedoeld voor ieder mens en zéker voor christenen. En kijk goed: je kunt hier op geen enkele manier een gebod van maken, een regel zoals bij Mozes. Met zijn uitspraken ‘gelukkig ben je’ legt Jezus mensen niets op. Hij wijst mensen de weg naar echt geluk, hij nodigt uit. Gelúkkig ben je als je arm, nederig en treurig bent. De op het oog ‘most unhappy’ mensen kunnen de ‘most happy’ zijn. Ook wijst Franciscus er op dat elke gedachte aan prestatie is uitgesloten: mensen zúllen verzadigd en beloond worden. Deze rijkdom wordt niet verworven maar geschonken. Gelukkig zijn volgens Jezus is dat je in ‘a state of grace’ bent. Je wandelt op de weg van God.
En opeens zie je een patroon. Een ‘state of grace’?
*de zaligsprekingen gaan over wie Jezus zelf is – en over wie God is. Een arme, hongerige, treurende en zelfs gekruisigde God. Gelukkig is hij, en daarom stond hij op. Hét principe van Gods koninkrijk luidt: hier zal de minste de meeste zijn.
*ze gaan over tal van mensen. De rooms-katholieke kerk verklaart opvallend vaak mensen zalig of heilig die arm, hongerig, verdrietig of vervolgd waren. Dat zegt iets. Ik denk dat veel mensen en zeker christenen zich van paus Franciscus zullen herinneren: hij had geen bezit, hij was nederig en hij was ook vaak treurig over de gang van zaken in de wereld en in de kerk. En toch was hij gelukkig, hij leek in een ‘state of grace’, een toestand die juist door armen en hongerigen in deze wereld goed werd aangevoeld.
*de zaligsprekingen zijn een uitnodiging aan jou. Een uitnodiging om net als Jezus te leven. Anders te leven dan de maatstaven van deze wereld (rijk, food, happy, erbij horen), niet te vrezen voor ongelukkig zijn (Jezus zegt trouwens niet dat je er naar zou moeten streven), en daarachter een diepere vorm van geluk ontdekken.
Vergeleken met de dagen van Jezus is er veel meer rijkdom, voedsel en gezien worden en veel minder God. Dat maakt Jezus’ kernboodschap des te onbegrijpelijker. Onze kinderen kijken TikTok filmpjes die allemaal zeggen dat je rijk moet worden (en ook hoe). Social media zijn ontworpen om je naam en je uitstraling hoog te houden. Happy cities hebben alles met lekker leven en genieten en vrijwel niets meer met spiritualiteit te maken. Of… zijn Jezus’ woorden alleen maar relevanter voor deze tijd? David Brooks hield in 2020 een preek in de Washington Cathedral en zei daar dit: “De zaligsprekingen zijn indrukwekkend. Te midden van alle spanningen en conflicten in die tijd, is hier een andere weg, een ander pad, een hogere sereniteit. Een omkering van waarden. Schoonheid in de storm. Er breekt iets van een hemels gerechtshof door. Dit zijn geen formules voor een hoger soort ethiek. Er dringt zich een boodschap van een heilige, een hogere realiteit op aan de aardse werkelijkheid. Jezus was liefde en schoonheid te midden van modder en geweld en de moeilijkst denkbare omstandigheden.” Het gekke van geluk is dat je er nog naar kunt streven. Dat maakt het ook beperkt. Daarom kan geluk gemakkelijk een obsessie worden. Liefde overkómt je. Schoonheid helemaal. Dat is het koninkrijk van God. De stem van God die zegt: ik hou van je, je bent van waarde, je bent een mooi mens. Dát is de meest kosmische en meest intieme stem, de meest onbevattelijke en de meest begrijpelijke.
[i] https://happy-city-index.com/
Je bent gelukkig te prijzen als je geen last hebt van die dingen waardoor de meeste mensen worden afgeleid.
Zijn die ‘zaligsprekingen van Jezus’ vandaag nog relevant. Toen ik het probeerde, ging het makkelijker dan ik dacht, maar het is ook veelomvattend. Ik doe een voorstel (in de hoop op veel input om het scherper te maken). Wat is de beste manier om van Amsterdam een plek te maken die in spirituele zin een ‘happy city’ is?
Zalig de armen. Er is in onze stad veel materiële armoede en minstens zoveel zielsarmoede. Die hebben altijd prioriteit. We oefenen om eerlijk te zijn over onze eigen armoede (geen mens is op alle gebieden rijk) en we schamen ons niet voor de armoede van anderen. We geloven dat de nabijheid van mensen en van God een bijzondere rijkdom is. Waar we in een concrete vorm van materiële, sociale of geestelijke armoede (een beetje) kunnen voorzien, doen we dat.
Zalig de hongerigen. Er zijn in onze stad veel mensen slachtoffer van systemisch tekort. Er is achterstand, kansenongelijkheid, seksime en racisme. Daartegenover geloven we in de gelijkwaardigheid van ieder mens, omdat ieder mens iets weerspiegelt van onszelf en ook van God. We zien in Amsterdam ook een grote honger naar gerechtigheid, naar kansengelijkheid en erkenning. We willen een schakel zijn in een onzichtbare en grote ‘coalition of the willing’ en dragen bij in situaties waar dat nodig is.
Zalig wie treuren. Vrolijkheid is er genoeg in onze stad en het is meestal goed zichtbaar. Verdriet gaat vaker ondergronds. Wij geloven dat verdriet niet hoeft te worden opgelost, maar wel vertroosting nodig heeft, in vormen van stilte, nabijheid, compassie en zachtheid. Wat mensen een beetje kunnen zijn voor elkaar, kan God allesomvattend – zelfs voorbij grenzen van lijden en dood. We oefenen met laten zien wat ons verdrietig maakt. We maken ruimte voor het verdriet van anderen, voorop aan wie zich alleen voelt, wie (chronisch) ziek of in de rouw is.
Zalig wie wordt buitengesloten en beschimpt. Amsterdam handhaaft artikel 1 van de grondwet (non-discriminatie) en tegelijk voelen veel mensen zich gediscrimineerd. Onze stad bestaat feitelijk uit een verzameling minderheden. We zijn een bonte mix van talen, culturen, gender en religies. We oefenen om ons voor geen enkel onderdeel van onze achtergrond of identiteit te schamen. We doen ons best om anderen te begrijpen en juist wie gevoelsmatig overal buiten valt echt en diep te zien. Als mensen ons openlijk of heimelijk een beetje raar vinden, weten we dat we op een goed spoor zitten.
Een God van beide voeten op de grond of sterker: van poten in de modder. Goed nieuws voor ons lijkt me. Amsterdam ligt lager nog dan het dal, twee meter onder zeeniveau zelfs. Wij houden niet van mensen die zich hoog verheven voelen boven de rest. En we zijn mensen die eraan gewend zijn dat alles wat je nodig hebt met een bestelbusje bij je thuis wordt afgeleverd. Met zijn manier van ‘afdalen’ sluit Jezus in ieder geval goed aan bij waar wij zitten.
In de eerste maanden van 2024 schreef ik het boekje HOOP. Co-auteur Jeanneke en ik traden deze week samen op op een bedrijfs-event. Ons boekje wordt alleen maar actueler, denken we zelf. In de longread van deze week probeer ik te laten zien waarom dat zo is.
Emotiemarkt is een synoniem voor beleveniseconomie. Beide termen verwijzen naar alle producten en vormen van dienstverlening die gericht zijn op het bevredigen van emotionele behoeftes van mensen als groep of de mens als individu. Ik citeer uit de eerste alinea: “In de inhaalslag is Emotie voorop in de agenda gekomen. (…) De emotiemarkt is niet alleen een cultuurfilosofisch, maar ook een psychologisch interessant fenomeen, omdat belevenis niet een luxespeeltje blijkt te zijn, maar een onmisbaar aspect voor onze overleving.”